AUTISME is een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Mensen met autisme hebben specifieke moeilijkheden met het begrijpen van de betekenis die geuit wordt via communicatie en sociale interactie.
Het is een stoornis die het moeilijk maakt om de betekenis ‘achter de waarneming’ te vatten. Iemand met autisme heeft een eerder letterlijke ingesteldheid en ontwikkelt een andere verbeelding. Een letterlijke geest hebben, impliceert ernstige gevolgen voor de ontwikkeling van communicatie, sociaal gedrag en het vermogen om zijn vrije tijd door te brengen. Kort samengevat: alle gebieden die het leven betekenisvol maken voor ons, zijn een bron van grote problemen in hun leven.
De VORMINGSFILOSOFIE van het OCA, Team Vlaanderen kan als volgt samengevat worden:
De meeste stressgedragingen en emotionele problemen moeten gezien worden als symptomen. We moeten trachten om het ‘autistisch denken’ te begrijpen en proberen de wereld waar te nemen en te ervaren zoals mensen met autisme dat doen. Op deze manier trachten we de oorzaken van hun moeilijkheden te begrijpen. De opleidingen die we uitwerken voor professionelen, mensen met ASS en hun familieleden, zijn gebaseerd op deze theorie van begrijpen en preventie.
Dit wordt meestal de IJSBERGTHEORIE genoemd. Deze theorie kan gesitueerd worden langs 4 assen.

Behandeling door het begrijpen van oorzaken en opvoeding gebaseerd op preventie
AS 1: Het ontwikkelen van een goed theoretisch begrip van autisme
Mensen met autisme moeten leren wetenschappelijk begrijpen wat mensen zonder autisme reeds instinctief begrijpen. (Marc Segar, 1997)
Een leerkracht van mensen met blindheid wordt verondersteld te weten wat blindheid betekent. Een professioneel voor mensen met doofheid zou moeten weten wat het effect van gehoorproblemen betekent voor de ontwikkeling. Dit is de reden waarom een ‘pervasief begrijpen’ van een ontwikkelingsstoornis nodig is voor veldwerkers in autisme. Liefde en intuïtie, hoe belangrijk ook, zijn niet voldoende, gezien de moeilijkheden die iemand met autisme kan hebben met betekenis (met ‘verder gaan dan de gegeven informatie’) en met veralgemenen.
AS 2: HET AANPASSEN VAN DE OMGEVING
De realiteit is voor een persoon met autisme een verwarrende, op elkaar inspelende massa van gebeurtenissen, mensen, plaatsen, geluiden en indrukken. Er lijkt geen duidelijke grens, orde of betekenis te zijn. Een groot gedeelte van mijn leven breng ik door met het proberen een patroon te vinden achter dit alles. (Thérèse Joliffe, 1992)
Als het vinden van een patroon in hun leven zo moeilijk is, dan zal dit het eerste aspect zijn in het ontwikkelen van een educatief programma voor personen met autisme. Niemand is klaar voor programma’s in verband met communicatie, sociale interactie, enzovoort, als hij of zij nog steeds leeft in chaos of in verwarring. In staat zijn om te voorspellen waar en wanneer dingen zullen gebeuren lijkt het eerste begin te zijn voor zelfstandigheid en een positief zelfgevoel. Zonder deze voorspelbaarheid is men te machteloos en op een te dramatische manier afhankelijk.
Laten we niet vergeten dat autisme een pervasieve ontwikkelingsstoornis is waarbij men niet kan verwachten dat alle aanpassingen komen van de mensen met een autismespectrumstoornis zelf. Het geluk van mensen met autisme hangt in grote mate af van de manier waarop wij de omgeving en onze omgang met hen kunnen aanpassen.
AS 3: Onderzoek en het ontwikkelen van een individueel handelings¬programma
Mensen met autisme hebben disharmonische profielen, wat impliceert dat we gedetailleerde informatie nodig hebben voor de verschillende gebieden van functioneren. In feite zou een opvoeding gespecialiseerd in autisme een ‘injectie van succes en zelfwaardering’ moeten zijn. Succes echter is enkel mogelijk indien gedetailleerde onderzoeken worden gedaan en geïndividualiseerde programma’s worden ontworpen gebaseerd op de onderzoeksresultaten.
Het stimuleren van de ontwikkeling en het aanleren van schoolse vaardigheden is een belangrijk deel van het educatieve programma voor sommige mensen met autisme. Elk educatief programma moet echter ook alle gebieden van het dagelijkse leven omvatten. Er moet veel belang gehecht worden aan de functionaliteit van communicatie, spel en vrije tijd, sociale interactie, werk, huishoudelijke vaardigheden en zelfredzaamheid.
AS 4: Het gebruik van educatieve strategieen gespecialiseerd in autisme
Hoe kan ik het weten, als ik het niet kan zien? (Thomas De Clercq)
Eén van de belangrijkste strategieën is het gebruik van augmentatieve methodes van communicatie en opvoeding, vooral daar het merendeel van mensen met autisme zelf bevestigt wat de internationale literatuur beschrijft: zij zijn visuele denkers.
Als we rekening houden met de conceptuele en contextuele moeilijkheden van mensen met autisme dan begrijpen we uiteraard dat actieve veralgemeniseringsprogramma’s en samenwerking met ouders eveneens belangrijke educatieve strategieën zijn.